© 2023 by Fashion Diva. Proudly created with Wix.com

Wat wetenschappelijke bevindingen tegen 'kwakzalverjeugdzorg' verzameld:

Hoe effectief in OTS?: https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/909-zorgen-gemeten/ met 72% wat niet goed ging, en later met de grafiek die prof. Jo Hermanns liet zien in 2016 (Grafiek Froukje Snoeren) ook gemiddeld negatiever dan voorheen:

 

Waarschijnlijk ligt dat niet alleen aan neiging tot werkgelegenheidsbescherming en de financiële “perverse prikkel”, die kinderombudsman Marc Dullaert noemde op pagina 93 van diens rapport “Is de zorg gegrond?” naast meer argumenten over 'feiten niet verwarren met vermoedens', maar ook aan de heersende hypocognitie; https://jeugdzorgwetenschap.jimdosite.com/ .

[Op de pc is het volle scherm te zien!]

Er geraken te veel valse positieven de dwangzorg binnen en de gevolgen zijn onder aangetoond...

De oratie van prof. R.J. van der Gaag is duidelijk: voor de ingang tot dwangzorg eerst goed diagnosticeren bij èchte deskundigen (niet SKJ-geregistreerd): https://jeugdzorgwetenschap.jimdosite.com/begin-wetenschap/ .

Dat is ook conform het kinderrechtenartikel 24 lid 1. [tekst]

De toegang tot passende diagnostiek en voorlichting in de gezondheidszorg dient onbezwaard te zijn; prevalerend internationaal recht!

 

Arts Ursula Gresser geeft aan dat het weghouden van één of beide ouders weg van het kind de opgroeiende ziek maakt: https://jeugdzorgwetenschap.jimdosite.com/dwangzorg-schaadt/ met 6 wetenschappelijke onderzoeken daaronder.

 

Daar zit nog niet bij dat van Joseph. J. Doyle jr., 2007 en later:

https://jeugdzorgwetenschap.jimdosite.com/wetenschap-bevestigt/ (ook diens vervolgonderzoek wordt daaronder vermeld).

 

Susan Smith et al. vonden reeds in 2010 (‘Keeping the Promise”, 20102014) dat bij de groep kinderen die dat nodig heeft specialistische kennis moet worden gebruikt, en dat de ‘jeugdzorg’ “niet de kennis bij de case matcht”.

Waar er onenigheid heerst tussen ouders en jeugdzorg is dat ook het geval, omdat ‘jeugdzorg’ c.q. ‘jeugdbescherming’ niet diagnostisch bevoegd is, ook de gedragswetenschappers niet die niet naar beroepscode het cliëntsysteem niet zelf zien en open onderzoeken.

Ja, prof. R.A.C. Hoksbergen adviseerde reeds in 2000 en daarvoor om specialistische ingangen met diagnostieke kennis op te richten om kinderen het juiste hulptraject te verschaffen.

Ook zijn er onderzoekscommissies geweest waaronder Junger-Tas, die bevonden dat jeugdzorg beter opgedoekt kan worden. Hij en andere deskundigen adviseren gespecialiseerde [na]zorgcentra. [Dat voldoet aan IVRK24 lid 1].

Mr. Pieter van Vollenhoven voor de Onderzoeksraad voor de Veiligheid adviseerde ‘hogere deskundigheid voor de jeugdbescherming’.

Eigenlijk was dat van de kinderombudsman Dullaert niet eens nodig om dit allemaal te bevestigen. Maar er volgen meer bevestigingen.

 

Legde prof. Carlo Schuengel niet goed uit dat dwangzorg niet effectief werkt op de jeugdzorgacademie: https://jeugdbescherming.jimdo.com/tips-en-andere-brieven/bejegenen-en-vertrouwen/ ?! [plaatjes]

 

Adoptiespecialist Rini van Dijkhuizen schreef over loyaliteit en de problemen bij het ‘niet thuis opgroeien’: https://jeugdbescherming.jimdo.com/adoptie-en-pleegzorg/loyaliteit/ .

Het handelen met jeugdzorg wordt dubieus war een kinderrechter over adoptie oordeelt: https://jeugdbescherming.jimdo.com/adoptie-en-pleegzorg/adoptie-dubieus/ (Daar staat ook een opmerking van kinderrechter mr.mw. A.C. Quik n.a.v. Van Vollenhoven’s rapport).

 

Pijnlijk is te constateren dat op het punt van (on)veilige gehechtheid er door de ondeskundigheid of fixatie van de jeugdbescherming het nodige mis kan gaan; in juridisch maandblad FJR 2012/95 is de jeugdzorg als vierde oorzaak (niet in die volgorde qua kwaliteit of oorzaak) genoemd.

 

Dat jeugdbescherming ook andere gezinsleden kan schaden wordt o.a. duidelijk in het onderzoek dat op https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/meer-doyle-wetenschap/jeugdzorg-schaadt/ wordt vermeld (uit diverse wetenschappelijke publicaties).

 

Wat te denken over de schrikbarende bevindingen van Daniel R. Weinberger, 2018: https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/meer-doyle-wetenschap/stress-weinberger-dna/ :

Hij vindt de psychische gevolgen van de stress bij het kind door het weggehouden worden van diens ouder(s) niet als ernstigste: de aangetaste uitstrengeling van DNA noemt hij een sinistere tijdbom. [plaatje]

 

Prof. Hart de Ruyter [‘Inleiding tot de Kinderpsychologie’; Groningen, 1973]: “Wee het kind dat het trauma van in-de-steek-gelaten-worden niet één keer, maar herhaaldelijk moet beleven! Dit kind zal het tenslotte niet meer wagen een nieuwe binding te maken.  Wij zien dan dat de libido definitief van de buitenwereld wordt teruggetrokken op het ik.”

Het is niet voor niks dat prof. Femmie Juffer in haar (incomplete) Research Memorandum, 2010, aan de Expertgroep jeugdrechters noemt dat overplaatsen van pleegkinderen schadelijk ìs.

{En dan rijst de vraag waarom dan niet terugplaatsen, waar deskundige begeleiding in de gezòndheidszorg bestaat?!}.

B.C. Waardenburg (p.50 uit Verstoorde Relaties, 1988): “Een moeilijk te beantwoorden vraag is o.a. of  het verstandig is het contact tussen ouders en [adoptie]kind tijdelijk te verbreken om voor beiden een rustperiode in te bouwen; Of kan dat bij kinderen die al zoveel relatiebreuken (UHP, overplaatsen, weghouden van ouder[s]) hebben meegemaakt, juist niet, omdat we daardoor een grotere kans lopen op een verdere (definitieve) verwijdering tussen ouders en kind?” – 1988.

 

Joop Fahrenfort (1993) schreef in "Attachment and early hospitalization":  ‘“Vastgesteld is dat de socio-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen [emotionele leeftijd ca. 3 jaar] door [UHP- of ziekenhuis-]opname ongunstig wordt beïnvloed." Zo ook medische, "bedreigende" handelingen, waarbij de ouders c.q. "gehechtheidsfiguren" de kinderen niet konden/mochten voorbereiden, begeleiden en nazorg geven tijdens de OTS: "Veilige gehechtheid kan hypothetisch worden beschouwd als een beschermende factor. Daarnaast moet de hypothese worden overwogen dat onbegeleide zie­kenhuiservaringen schade kunnen veroorzaken aan de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie. Meer in het bijzonder zou veilige gehechtheid kunnen veranderen in vermijdende gehechtheid." ... "Een kritieke factor in het proces is wellicht de mate van steun die het kind ondervindt van de kant van de ouders tijdens de opname [c.q. UHP]."

"De belangrijkste algemene conclusie is dat nadelige gevolgen van [UHP of] ziekenhuis[handelingen zonder ouders] gedurende ettelijke jaren nadien de ontwikkeling van het kind kunnen beïnvloeden. De uitkomsten [van 't onderzoek] onderstrepen het belang van pogingen tot preventie."  {In de conclusie staat:}  "Onze interpretatie van de uitkomsten houdt in dat binnen de onderzochte risicogroep schade aan de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie ten gevolge van ziekenhuisopname [en gelijkwaardige handelingen, zonder ouders] géén zeldzaam verschijnsel is. Vermoedelijk is er een toename van vermijdende gehechtheid." ...  "....dat aanwezigheid van de ouder(s) in het ziekenhuis [of bij UHP] een preventieve waarde heeft.”’ – 1993, en hij kreeg gelijk anno 2007 t/m 2019.

 

“Hechtingsstoornissen - orthopedagogische behandelingsstrategieën” van Dr. G. de Lange, 1991; ‘'Onthechting kan beter gezien worden als een "relatiestoornis", dewelke niet absoluut onherroepelijk is.’' (Daar is dan wel passende diagnostisch bepaalde therapie en voorlichting, ook aan ouders, bij nodig, vaak jarenlang).   ‘'Voorbarig naar een crèche om moeders te ontlasten is al discutabel, laat staan zonder begeleiding uit huis 'rukken' met een ots+UHP.’'

Volwassen geworden geadopteerden spreken zich uit over valse dossiers, dus over een valse historie van hun bestaan.

Psycholoog Martine Delfos bevestigt dat in de te algemene jeugdzorg te vaak niet goed wordt gekeken naar de oorzaak en het nodige hulptraject.

Nancy Verrier, ‘Afgestaan’, 1993 – 2003, vond al: “Ik ben ervan overtuigd dat het ruw verbreken van de band tussen het kind en diens moeder een oerverwonding of narcistische wond veroorzaakt, die het wezen van het kind aantast en zich vaak uit in gevoelens van verlies, fundamenteel wantrouwen, angst en depressie, emotionele of gedragsproblemen en moeilijkheden in relaties met andere mensen” (ook later in hun volwassenheid). … “Hoe liefdevol een kind ook door de pleeg- of adoptiemoeder wordt opgevangen, er blijft het besef dat er ooit een echte moeder (en vader) was die het kind heeft 'weggedaan'.”  – 1993, en nu weten we wel hoe dat komt gezien de meerdere wetenschappelijke bevindingen die hier reeds gegeven worden.

 

Nog meer:

De bekende klinisch psycholoog Richard R. Warshak noemt ook de schade die bij ondeskundig voorlichten en begeleiden bij scheiding (tussen kind en één of beide) ouder(s) ontstaat. Hij spreekt over echtscheidingsgif (bij scheidingen).

Charles Nelson, een oen qua adoptie, maar duidelijk over de veroorzaakte stress bij wegnemen en -houden van een kind, noemt dat catastrofaal.

Prof. Peter Hoefnagels, 2002, noemt oudervervreemding (PAS of tegenwoordig CAPRD) een ernstige vorm van psychische kindermishandeling die zich uitstrekt over vele jaren. En dat kan ook door uithuisplaatsing (UHP) veroorzaakt worden, dus dubbelop. Rechters zijn geen orthopedagogen.

De rechtsvinding zou volgens prof. Caroline Forder moeten voldoen aan de strekking van arresten van het Europese Hof v.d. Rechten v.d. Mens. Volgens mr. G.J. Wiarda staat er niet voor niets een waarschuwingsbord (of knipperlicht) bij te vrije rechtsvinding, waar tevens een omgekeerde bewijslast is neergelegd bij ouders, waar zij door de verzoeken door de jeugdzorg váág worden beschuldigd en de rechter van de ouders còncreet verweer eist.

Het proefschrift van Cora Bartelink is duidelijk: de jeugdzorg beslist bovenal op eigen ervaringen en vermoedens.

Te vaak gaan rechters af op de lezinginhoud van mw. Weterings, die geen longitudinaal goed onderzoek deed op haar axioma’s die ze wetenschap noemde, maar rechters zijn daardoor blijkbaar gehersenspoeld, en de jeugdbescherming spint daar garen bij. Dat deed prof. Hoksbergen wel, maar kwam tot andere conclusies!

De jeugdbeschermingsketen weet ervan!

 

Brieven zoals https://vechtscheidingen.jimdo.com/wetenschap/briefaangemeenten/ aan alle AMHK’s, RvdK en G.I.’s, gemeenten en Tweede Kamer, blijken niet tot reactie of beleidsverbetering aanleiding gegeven.

Ouders klagen over onzinbeschuldigingen waarop dwangzorg wordt gebezigd zonder voorlichting (BW1:262) en met te weinig contact met het kind. Moet er niet reeds vooraf aan dwangzorg goede en brede voorlichting verstrekt worden om tot een keuze te komen?

Ouders die problemen hebben met communicatie kunnen immers tijdig een goede cursus aangeboden worden?!! Dat kan bij omgangssabotage veel schelen en voorkomen.

 

Speelt bij rigide jeugdzorgen de Confirmation bias?:

Hoe komt het dat deze wetenschap niet wil indalen in het werkveld over kindbelangen? Daar zorgt de bias van de Homo sapiens voor: 'Confirmation bias' speelt een steeds nadrukkelijkere rol:
Marjan Bakker, als gedragsdeskundige verbonden aan Tilburg University, gebruikt hiervoor de term confirmation bias en stelt dat dit juist in het huidige internettijdperk een steeds nadrukkelijkere rol speelt.

"Confirmation bias betekent eigenlijk gewoon dat als er bewijs wordt geleverd dat tegen je standpunt is, je dat negeert of afkeurt. Terwijl je het veel makkelijker accepteert als het in jouw straatje past. Je eigen standpunten worden daarmee alleen maar sterker", aldus Bakker.

Dat is niet eens een bewuste keuze. Iedereen doet het. "Het is vaak wel nuttig om op die manier naar de wereld te kijken", legt Bakker uit. "Het werkt best goed om de bevestiging te zoeken."

Bias is de scheiding van automatisch of onbewuste en de langzamere bewuste beslis-reactie in ons.

Jonas Kaplan, Sarah Gimbel en Sam Harris, 2016, onderzochten hoe het komt dat het lastig is wetenschappelijke feiten die tegen het eigen beleid ingaan te aanvaarden:

“Het Brein schiet te hulp om negatieve emoties te verminderen –

De negatieve emotie ontstaat vooral door het conflict tussen het belang van de bestaande overtuiging en de onzekerheid die wordt gecreëerd door de nieuwe informatie, zo schrijven de onderzoekers. Om de impact van deze negatieve emotie te verminderen, zoekt het brein waarschijnlijk naar snelle manieren om de impact van het tegensprekende bewijs te verkleinen: de bron betwisten, tegenargumenten ontwikkelen, de oorspronkelijke houding bevestigen of selectief de nieuwe informatie ontwijken.

De wetenschappers concludeerden dat het voor de deelnemers/ proefpersonen makkelijker was om van mening te veranderen op niet-politieke thema's dan politieke overtuigingen te veranderen. Toen ze hier weken later naar werden gevraagd, bleek de niet-politieke tegenstrijdige informatie beter te zijn overgekomen.

Iemands mening veranderen, zo stelt dit onderzoek, is dus wel degelijk mogelijk. Maar als het om politieke thema's gaat, zien mensen het vooral als een aanval op hun identiteit.”

Waar het het eigen werk aangaat lijkt dat op politiek beleid.

 

Staat het kind wel centraal?

Weten de beleidsmakers wel wat welzijn is voor het kind met diens familiebanden, ook na het opgroeien?

 

Moet voor beleidsverbetering, met meer echte codificering en sanctionering daarop eerst de beleidsambtenaren en -politici gewezen worden op hun bias?

Een ‘Feeksgezinsvoogd’, of ‘feeksraadsmedewerker’, wat is dat?

 

Over de vreemde plaats voor ouders in rechtsvinding -

Feeksgezinsvoogd...

Het is geen  leuke term.  Jeugdzorgwerkers huiveren daarbij.

Ook ouders en jongeren vinden de uitwerking daarvan niet ‘optimaal’. De onafhankelijke wetenschap toont aan dat dwangzorg, zeker op onwaarheden en gebrek aan open diagnostiek, nogal ernstig schadelijk  kan zijn.

 

Maar daar is toch de rechter?

 

De kinderrechter in de civiele omgeving is geen orthopedagoog en heeft geen medische opleiding om te weten hoe er ópen gediagnosticeerd moet worden.

En velen weten niet eens dat bij jeugdzorgrechtszaken het de ouders moeten zijn die het tegendeel van de beschuldigingen door de jeugdzorg moeten bewijzen.  Er heerst in strijd met het internationaal recht (en arresten) een sfeer van omgekeerde bewijslast.

 

In een sociaal domein waar de jeugdzorg te vaak váág blijft en clichés gebruikt, kan het gezin nauwelijks concreet met bewijzen over het tegendeel komen.

Het bestaat zelfs dat de ‘vertrouwensarts’ van het AMHK, Veilig Thuis, zelfs vijf diagnostische rapporten niet accepteerde tegenover haar eigen vermoedensrapport  over de ouders.

De RvdK en de G.I. neemt dit onbekwaam en blindelings over van het AMHK, en de dossiers worden dik en onoverzichtelijk wanneer ouders legaal vragen naar hun plicht in BW1:247 naar echte diagnostiek op niveau van eigenlijk prevalerend kinderrecht IVRK artikel 24 lid 1.

 

Bruce Perry zegt: “We weten veel meer dan een generatie geleden over de psyche van het kind; we passen de wetenschappelijke kennis die we hebben niet toe in de praktijk.” Stress kan thuis maar zeker en erger door verkeerd geïndiceerde jeugdzorgtrajecten veroorzaakt worden.

Arts Ursula Gresser zegt: “Na deze publicatie kunnen rechters niet meer zich verschuilen door dit kindbelang te negeren. De rechter (of gezinsvoogd) die nu nog contactbeschadigend handelt, handelt willens en wetens kind-beschadigend, een vorm van institutionele kindermishandeling.” –{Maar ouders moeten dan wel dit in hun productie naar de rechter meegeven, als bijlage. Het hoort dus thuis in de zorg-map die ouders consequent bijhouden met àlle tips, contacten, S.A.’s, en stukken t.a.v. de jeugdzorgkinderen.}

 

Waar op vermoedens van zorgen naar de rechter gestapt wordt door de jeugdbeschermingsketen moet de rechter kijken of het verzoek van de jeugdbescherming overeen komt met de wettekst.

Voor een OTS gebruikt de rechter BW1:255 lid 1:

"De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling (gezinsvoogdij, jeugdbescherming) indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling èrnstig wordt bedréígd,  èn:

  a. de zorg die in verband met het wègnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of ònvoldoende wordt geàccepteerd,  en

  b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de veràntwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, (niet?!) in staat zijn te dragen."

 

En waar er het verzoek ligt 'uithuis te plaatsen' (UHP) wordt BW1:265b gebruikt:

"Indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen." 

 

Wat is “ernstige bedreiging in de ontwikkeling” voor een opgroeiende? -

 

Wanneer daar geen echte [diagnostisch-bevoegde] deskundige aan te pas komt om dat te onderzoeken en op voor te lichten, die het cliëntsysteem zèlf heeft gezien en onderzocht (zoals echte, medische beroepsgeregistreerden moeten van hun beroepscode),  is er geen sprake van feiten; feiten die de toenmalig kinderombudsman Marc Dullaert nodig vond vooraf aan maatregelen in diens onderzoeksrapport “Is de zorg gegrond?” uit 2013, en hij sprak van vermoedens, beweringen van  niet-diagnostisch bevoegden bij die verzoeken naar de rechter.

Dat is te vaag voor een beschermingsmaatregel die in de psyche van het kind er in hakt.

 

Waar de jeugdbeschermingsketen bij BW1:255 en 265b veel beweert en weinig feitelijk en verifieerbaar bewijst aanlevert (soms wel beweert te hebben), en de ouders op deze vaagheden het tegendeel concreet, binnen vaak een te kort termijn, moeten bewijzen (omgekeerde bewijsvoering), en verzoeken tot echte diagnostiek (Rv810a) zelden worden beloond door een niet-orthopedagogisch rechter, ontstaan cases met grote rechtsongelijkheid en schade aan het kind door die jeugdbeschermingsketen.

De rechter gokt op het verzet door de jeugdbeschermingsketen (hakken in het zand) onder het mom van "wij zijn professionals", en zonder de weging dat deze jeugdbeschermingsketen één der juridische partijen is ter rechtszitting, dat er reeds ‘goed is onderzocht’, en herkent niet dat de ouders een diagnòstisch onderzoek bedoelen, dus naar hoger recht en meer naar beter meten.

Een rechter heeft geen weet wat een nulmeting is. Dat moeten de ouders bijbrengen.

 

Bedenkingen over jeugdzorgverzoeken -

Mr. Pieter van Vollenhoven (2011) schreef als voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid al dat de jeugdbeschermingsketen zich deskundiger moest maken. Een belofte die duidelijk niet waar gemaakt is op niveau van IVRK24.

Op grond van de klachten van ouders werd in de tachtiger jaren reeds door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een rapport samengesteld over de ‘jeugdzorg’ dat te boek staat als 'Junger-Tas' in 1983, met als verbijsterende inhoud: “volstrekte willekeur bij kinderbescherming, geen enkel verband tussen problemen en maatregelen”.

Volgende rapporten melden evenzo.

 

Het is dus beter dat ouders anticiperen op het bestaan van ‘jeugdzorg’ en op wetten!

Zonder kennis worden ouders na de overval door jeugdzorg een speelbal. Men doorziet geen smoesjes en manipulaties, die feeksgezinsvoogden e.d. gebruiken.

Het is een Russische roulette om een goede jeugdzorgwerker te treffen, die daarbij ook niet wordt gedwongen van hoger hand om aan te dikken, te insinueren, e.d. om een kindobject binnen te halen. Het komt voor!

En daar lijden de goede werkers onder.

 

Toch, waar er fouten gemaakt worden, is de kans op schade naar de psyche en de fysiek zo ernstig, dat er moet worden gecodificeerd.

Na het actieplan-onderzoek door het LOC heeft oud-advocaat Peter Prinsen als meer gefundeerde tegenhanger van de jeugdbeschermingsketen een plan ingediend waar ouderorganisaties en deskundigen zich meer in herkennen om schade te beperken aan het kind in de vreemde situatie van omgekeerde bewijslast.

 

Wetenschap wordt genegeerd -

Omdat analyses van deskundigen aantonen dat er nogal wat mis gaat bij de verzoeken tot kinderbeschermingsmaatregelen en verlengingen OTS (en UHP) en ouders al snel uit gezag ontheven worden (BW1:266), moer er niet enkel gecodificeerd worden, maar misbruikers moeten ook door sanctionering van wetgeving gestraft kunnen worden.

 

Er zijn analyses  hoe de ‘jeugdzorg’ werkt,

Er zijn richtlijnen waar de ‘jeugdzorg’ zich naar eigen behoefte niet aan houdt,

Er zijn wetenschappelijke inzichten die aan de keten verstrekt zijn en die daarop genegeerd worden in uitvoering,

Er is een vreemde omgekeerde bewijslast bij diagnostisch-onbevoegde rechters,

Er is een Trias Politica die de vermenging van politieke ideologie, gokkende rechtsvinding bij uitvoerende rechters, en geloof bij rechters, in praktijk niet weet te scheiden,

Er is inzicht dat echte kindermishandeling niet herkend blijft worden, ondanks alle methodes en decentralisaties die ten koste gaan van vele ‘valse positieven’, kinderen waarvan de levenssfeer verpest wordt door fouten en gebrek aan goede, brede voorlichting,

Er is geconstateerd dat de vrije rechtsvinding met jeugdzorg als verzoekende partij een duidelijk gecodificeerd knipperlicht moet krijgen,

Er zijn betere voorstellen genegeerd,

Het opgroeiende kind heeft belangen die niet genegeerd mogen blijven!

 

Het is tijd om schade verder te gaan beperken! -

Daar is niet een nog meer kinderen binnenhalende methode voor nodig, zoals de Kansencirkel, dat in Schotland reeds een door het Supreme Court veroordeelde historie achter zich heeft. De vele arresten van het EHRM maakten dat het verbeteren van dat plan niet mogelijk was, en in Schotland en al langer in Zweden en Nieuw Zeeland is het stop gezet.

Wil Nederland in het enthousiasme daarover ook zo’n vergaande rechtszaak over zich krijgen, waar de arresten van het Europese Hof er liggen?

 

Drie op de vier jeugdzorgkinderen krijgt niet de passende hulpverlening, volgde uit diverse deskundigenonderzoeken.

Ouders noemen i.p.v. feeksgezinsvoogd of feeksraadsmedewerker ook wel ‘gruwelgezinsvoogd’, en andere classificaties die 'plastisch' zijn; en de goede verstaander mag dan wel huiveren, maar weet van binnen wel wat er mee bedoeld wordt, uitgaande van een volwassen gewetenswerking. Of die verstandelijk het ook begrijpt wordt soms betwijfeld.

 

De mentale cultuur van jeugdzorg bleek ondanks beloften te verbeteren, te ‘professionaliseren’, reeds decennia op het lage niveau te blijven steken. Junger-Tas ligt ver achter ons.

Let u op de onderbouwende links, die nut hebben?!

Beleidsmakers en politici naast de jeugdzorgketen moeten bewust worden van hun bias, de keuze tussen automatisch op gevoel beslissen of verstandig en rustig de feiten onder ogen ziend.

Die feiten onder ogen zien ondanks dat het niet past bij de oude mentale cultuur van de  jeugdzorg. (brief met wat goedkoper en effectiever is).

Allison Eck, 2018, zegt:

“Psychische schade, toegebracht door scheiding van ouder & kind, is diep, langdurig belastend.”

Miljoenen jaren van evolutie zijn voorbijgegaan met het leggen van de diepste verbindingen: die tussen moeder en kind.
Die oerverbinding – als ze met geweld wordt verbrijzeld of verstoord – kan, volgens zowel wetenschappers, ouders als opgegroeiden, ruïnerend zijn voor zowel ouder als kind.
  

 

"Het wetenschappelijk bewijs tegen het scheiden van kinderen uit gezinnen is glashelder," zei ze. "Niemand in de wetenschappelijke gemeenschap zou het betwisten, het is niet zoals andere onderwerpen waar meer debat tussen wetenschappers is.  We weten allemaal dat het slecht is als kinderen gescheiden worden van vertrouwde ouders.  Gezien het wetenschappelijke bewijs is het kwaadaardig en komt het neer op kindermishandeling.'’

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now